|
Zwoegersvrije fokkerij van Hampshire Down en Karakul schapen |
|
Karakul |

|
Informatie |
|
Karakul Ook bekend onder: Karakul'skaya (Russisch), Astrakhan, Bukhara, Karagül (Turkije) Archeologische vondsen zijn er van houtsnijwerk in oude Babylonische tempels. Hier uit blijkt dat het Perzische schaap een duidelijk Karakul type heeft. De Karakul zijn van oudsher bekend als de "bont" schapen. Het Karakullam heeft een prachtig patroon op zijn zijdeachtig pels. Ze waren ook een bron van melk, vlees, talg, en wol, een sterke vezel die werd gebruikt voor het vilten of voor gebruik in de geweven Perzische tapijten. De Karakul is afkomstig uit Centraal-Azië en is vernoemd naar een dorp genaamd Karakul wat ligt in de vallei van de rivier de Amu Darja in de voormalige emiraat van Bokhara, West-Turkestan. Deze regio ligt op een grote hoogte met weinig woestijn vegetatie en een beperkte watervoorziening. Onder deze harde omstandigheden is het ras ontstaan en heeft het de hardvochtigheid en het vermogen om te gedijen onder ongunstige voorwaarden, die we nog steeds terugzien bij de Karakul schapen. Deze schapen zijn begin 1900 geïntroduceerd in Europa. Vooral in het voormalige oost– Duitsland is getracht om de fokkerij op te zetten. Dit om via de lukratieve bonthandel mogelijkheden te zoeken voor kleine boeren. De ijver om een grote hoeveelheid van pelzen te verwezelijken had tot gevolg dat er diverse anderen rassen in de bloedlijnen werden geïntroduceerd. Zo ontstond een grote variatie in kleuren en soorten. Inmiddels, ook ten gevolge van de val van de muur en de weerstand die terecht ontstond t.a.v. het bont en de wijze waarop men hiermee omging is men hobbymatig begonnen tot het in stand houden van het ras. Met een groeiende belangstelling voor het vilten in de Verenigde Staten alsook in europa is er een toegenomen belangstelling voor de Karakul schapen. De vacht is gevraagd vanwege de grote verscheidenheid van natuurlijke kleuren. In de regio van herkomst worden de kleuren als volgt genoemd; Arabi (zwart), Guligas (roze-grijs), Kambar (bruin), Shirazi (grijs) en Sur (agouti). Kenmerken van de Karakul Door de barre omstandigheden waaronder zij zich hebben ontwikkeld hebben ze sterke en blijvende tanden. Ze zijn bestand tegen interne parasieten en hebben geen last van mondziekten Hoewel zij ook goed kunnen leven op diervoeders, zijn ze uitstekend grazers en kunnen leven op weilanden waar slecht marginaal gras op staat met ruwe onkruiden. Zij kunnen in het seizoen leven op marginale gronden, daar waar gewone schapen niet zouden overleven. Karakuls kunnen tegen extremen van warm of koud, maar ze moeten toegang hebben tot de mogelijkheid om dekking te zoeken voor de regen en kunnen minder goed tegen drassige weilanden. Enkele lammeren zijn de regel, hoewel tweelingen af en toe geboren worden. De ooien zijn zeer beschermende en zorgzame moeders zodat de overlevingskans van het lam groot is. De Karakuls bezitten een sterk kuddegevoel. Veel meer dan de meest gangbare schapensoorten. . Karakuls zijn middelgrote schapen. Ze staan hoog, met een lang, smal lichaam. Voor de raskenmerken verwijzen wij naar de website van vvsschapen.nl. De Karakul onderscheidt zich door haar gekleurde vacht, die het gevolg is van een dominerend zwart gen. De meeste lammeren worden kolen zwart geboren met glanzend golvende krullen, met het gezicht, de oren, de poten meestal glad zwart haar. Als het lam groeit, openden de krullen zich en verliest de vacht haar patroon. De kleur wordt meestal bruin of blauwachtig grijs welke grijzer wordt met de leeftijd. Andere kleuren omvatten een brede waaier van kleuren; zilver blauw grijs, gouden Tans, roodachtig bruin, wit met vlekjes van andere kleuren omvatten een brede waaier van kleuren; zilver blues, grijs, gouden Tans, roodachtig bruin, wit met vlekjes van andere kleuren en soms puur wit. Veel volwassenen hebben een dubbele vacht. De beste hebben een glanzende vacht zo als hun lammeren. Maar er is een grote variateit in het vacht type van beide lagen van "paardenstaart" grof tot zijdeachtig zacht. De Karakul produceert een lichtgewichte volumineuze vacht met een sterke vezel vlies dat, op zijn best is lang en glanzend. Ondanks zijn sterke groei(gemiddeld 15 tot 30 cm per jaar), de vacht een laag vet-gehalte . Het is gemakkelijk te spinnen, met weinig voorbereiding. Het produceert een superieure tapijt draad en wordt vaak gebruikt voor tapijten en zadeldekens, kleding en bedekking voor muren en heeft daarnaast een uitstekende vilten vermogen. Het is de wol waar de kunst van het vilten is begonnen. Het karakter: nieuwsgierig, levendig en saamhorig Karakulschapen lijken in veel opzichten op geiten; ze zijn nieuwsgierig, beweeglijk en op mensen gericht. Sommige Karakuls zijn zelfs zeer aanhankelijk en raken in een soort van extase als ze aangehaald worden. Hoewel de Karakul een rustig en evenwichtig temperament heeft, sjouwen ze gedurende de dag heel wat af. Ze eten hier wat en staan dan weer daar te knabbelen. En als de zon te fel wordt of als ze last van insecten hebben, liggen ze in de schaduw of onder een afdak te luieren. Op zijn tijd hebben ze een speelse bui of wordt de rangorde op de proef gesteld. Maar als het om eten gaat staan ze gezusterlijk/gebroederlijk naast elkaar aan de voerbak of ruif. Ze duwen elkaar hooguit zijdelings weg om zo het beste voor zichzelf te bemachtigen.
|






|
|